Moed om terug te stappen

Met opgeheven hoofd en moed

Wekenlang houdt het nieuws het volk al bezig. Vandaag, 17 september 2014, geeft Van Basten in de krant duidelijkheid. Met krachtig opgeheven hoofd en tegelijkertijd open en kwetsbaar legt hij uit wat heeft geleid tot zijn besluit te stoppen als hoofdtrainer. Daar is moed voor nodig.

Spanningsveld?

Succesvolle voetballer, een wereldster, start zijn trainersloopbaan op het hoogste niveau (Oranje) en komt stapje voor stapje, via Ajax en Heerenveen, bij AZ’67 terecht, waar hij als gevolg van hartkloppingen stopt met het hoofdtrainersschap. En daar lijkt een eerste spanningsveld te liggen. De buitenwereld ziet hem als “de grote Van Basten”, zelf ziet hij zich als “een doodgewone trainer.”
Wie herkent dit: de omgeving, je ouders, vrienden, collegae, zien in jou een enorm potentieel, terwijl je zelf diep van binnen beseft dat dit beeld sterk overtrokken is. Dat je dit, in ieder geval nu, nog niet waar kunt maken. Of je wordt gezien als iemand die alles aankan, overal voor in is, altijd klaar staat. Wat doe je: probeer je aan het beeld van jouw omgeving te voldoen, of kies je je eigen route op basis van de mogelijkheden die jij bij jezelf ziet?
Steeds maar proberen te voldoen aan verwachtingen kan een bron van stress worden, die uiteindelijk leidt tot teleurstellingen, zoals slecht functioneren, keihard onderuit gaan, burn-out en andere geestelijke en lichamelijke beschadigingen.

Signalen

Van Basten had een duidelijk signaal dat hij op het verkeerde spoor zat. Hartkloppingen, misschien extra getriggerd door gebeurtenissen in de privé-sfeer. Van de buitenkant denk ik dat velen al gezien hadden dat er iets aan de hand was. De toch al enigszins introverte Van Basten kwam naar mijn idee steeds vlakker over (de pers noemde dat “stoïcijns”), de sprankeling verdween uit zijn ogen. Hoe lang zou hij al hebben beseft dat het hoofdtrainersschap aan de top (nog) een brug te ver was. Dat het plezier verdwenen was onder de enorme druk die het werk met zich mee brengt.
Wie herkent dit: het maandagochtendgevoel dat sterker is dan het sociaal wenselijke “we moeten weer een week” en meer lijkt op “hoe kom ik deze week door.” De vakanties waarin het moeite kost om te ontspannen, omdat het lichaam zoveel stress heeft opgeslagen gedurende het werkjaar. De irritaties die groter worden en die je soms niet meer onder controle hebt, veranderingen in je eet-, drink-, slaap-, en/of sexpatronen. Het gebruik maken van trucjes om je omgeving maar niets te laten merken of de gedachte “ik moet hier weg.” Wat doe je: Probeer je uit alle macht te doen of er niets aan de hand is, lach je het weg met (steeds hardere) humor, verdoof je jezelf met allerhande verslavingen. Of erken je dat er iets aan de hand is.

Moed

Om toe te geven dat het niet meer gaat, daar is moed voor nodig. Naar je leidinggevende stappen en zeggen dat je op “breken” staat en hulp vragen, vergt kracht. Het is bewonderenswaardig als iemand zijn kwetsbaarheid toegeeft. Ik noem het liever kwetsbaarheid dan zwakte, want het is niet zwak. Het is je schild, je verdediging, te trucjes aan de kant leggen en zeggen: “Hier ben ik, zo sta ik ervoor, ik heb je nodig.” Daar is de moed voor nodig om je hoofd te durven buigen.
Ik weet uit eigen ervaring hoe het is om toe te geven dat het niet meer gaat. Ook een aantal van mijn cliënten heeft die moeilijke stap gezet. Van Basten is dezelfde weg gegaan in volle openheid.
Nogmaals, het is een moedige stap, omdat je niet weet wat er daarna gaat gebeuren. Omdat je de regie, die je nog meende te hebben, loslaat, terwijl je niet weet hoe en wanneer je die weer kunt terugnemen. Of is het loslaten van de zekerheden en het beeld dat je zo krampachtig in stand probeerde te houden juist de eerste stap naar het werkelijk nemen van regie?

Advies

Kort en krachtig: praat erover en vraag hulp. Van Basten heeft de moed gehad om dat te doen.